Deprecated: Creation of dynamic property Npwizard::$plugin_path is deprecated in /var/www/vhosts/rechtsstaat-nederland.nl/httpdocs/wp-content/themes/rechtsstaat-2023/library/theme-wizard/npwizard.php on line 47

Deprecated: Creation of dynamic property Npwizard::$parent_slug is deprecated in /var/www/vhosts/rechtsstaat-nederland.nl/httpdocs/wp-content/themes/rechtsstaat-2023/library/theme-wizard/npwizard.php on line 54
echte-rechtvaardigheid - Rechtsstaat Nederland
Caroline Raat

Recht​sstaat Nederland

Lees het Engelstalige Paper 

Van schijn naar inhoud

Echte juridische kwaliteit en rechtvaardigheid 

als weg om vertrouwen te herwinnen

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard

Dit met AI vertaalde blog is een samenvatting van een Engelstalige paper. Het gaat over psychologische procedurele rechtvaardigheid (PPJ) en hoe deze op een oppervlakkige en weinig verantwoorde manier gecombineerd wordt in Nederlandse overheidsprojecten zoals 'Prettig Contact Met de Overheid' (PCMO) Burgergerichte Overheid, informele aanpak enn de voorgenomen wijziging van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Perceptionisme is te veel nadruk op perceptie (‘beleving’) met het motief vertrouwen te herwinnen in plaats van intrinsiek gemotiveerd zijn door 'echte rechtvaardigheid'. Dat is schadelijk voor een integere rechtsstaat. Vertrouwen moet dan ook niet het doel zijn, maar het leveren van inhoudelijke, degelijke kwaliteit en rechtvaardigheid aan burgers. Dan is hun vertrouwen  een mooi bijkomend resultaat.

1.1 Pas op voor bestuurders die toespraken houden over integriteit

Jaren geleden was ik lid van een provinciale bezwaarschriftencommissie. Ik reed altijd samen met de voorzitter naar de zitting. Die las het dossier niet, maar hooguit de samenvatting die de provincie had gemaakt inclusief de vragen die hij zou moeten stellen. Hij liet zich tijdens de rit door mij vertellen waar de zaak om ging – omdat hij ‘geen tijd had gehad om de stukken te lezen’ – en welke vragen ik erbij had. Hij opende de zitting altijd als volgt: “welkom bij de onafhankelijke bezwarencommissie. Wij hebben geen banden met de provincie en zijn dus onpartijdig. We hebben het dossier heel goed gelezen, dus u hoeft niets te herhalen van wat daarin staat.” De voorzitter, die ook mediator was, was heel populair en alle partijen waren enthousiast over de zittingen. Hij was goed in empathisch luisteren en ervoor zorgen dat iedereen aan het woord kwam.

Op zeker moment besloot de voorzitter met de ambtelijk secretaris dat er voor de hele commissie een cursus zou worden gegeven door de huisadvocaat van de provincie, die ook de Nederlandse landsadvocaat is. Ze hadden samen geregeld dat de leden hiervoor twee zittingen mochten declareren. Dat was in strijd met het ‘verdienverbod’ voor commissieleden, dat in artikel 96 van de Provinciewet staat. De eigen regels van de provincie gaven precies aan waarvoor en hoe vergoeding voor scholing verliep.

Een cursusdag kon volgens de wet en de eigen regels niet worden beschouwd als zitting. In feite ontvingen de commissieleden een gratis cursus en nog salaris ook. Bovendien is het merkwaardig dat een onpartijdige commissie juist bij dit kantoor, dat aan de kant van de provincie stond, een cursus inkocht. Verder is het merkwaardig dat commissieleden die werden benoemd en die daarom al een hogere vergoeding kregen dan die in de wet stond, ook nog eens geacht werden cursus te mogen volgen op kosten van de belastingbetaler.

Ik meldde dit bij de commissaris van de koning, die bekend stond als ‘mr. integrity’. Hij besloot de zaak te laten uitzoeken door een ambtenaar van de boekhouding. Die begreep de Provinciewet niet, begreep ook niet wat onafhankelijkheid betekent, en rapporteerde dat er niets aan de hand was. De commissaris schreeuwde tegen mij dat ik niet integer was omdat ik aangaf dat het misschien handiger was om een onafhankelijk advies te vragen bij een staats- en bestuursrechtjurist in plaats van bij iemand met een financiële achtergrond.  Later beschuldigde hij mij ten onrechte van een 'dubbele declaratie'. Dit werd erkend door de provincie, maar de commissaris weigerde excuses te maken. Ik besloot de commissie te verlaten. Ik besloot te vertrekken.

1.2 Vriendjespolitiek op het platteland

In een gemeentelijke zaak kregen nieuwe bewoners het met actieve hulp van de gemeente in strijd met alle regels voor elkaar om mijn klant, een goedlopend bedrijf dat geen regels overtrad, weg te pesten. Dit deed de gemeente door mee te gaan in een verzonnen verhaal van de nieuwe bewoner. Er was ineens sprake van historische bewoning van een illegaal verbouwde schuur, zodat er recht zou zijn op legalisatie. Daarmee zou het bedrijf binnen de geluidscirkel vallen. Uit verklaringen van veel omwoners bleek het verhaal over de schuur niet te kloppen. Onderzoek in het historisch archief wees dat ook uit. Ook deed de gemeente een beroep op het leed voor de nieuwe bewoners als zij de bewoning van de schuur zouden moeten verlaten. Een wethouder, neef van de nieuwe bewoner, besloot te gaan bemiddelen met het bedrijf. Uit interne correspondentie bleek later dat de gemeenteambtenaren hem hadden laten weten dat zij zelf wisten dat de verzinsels en processtrategie geen stand zouden houden, maar dat zij hoopten dat het bedrijf zou opgeven als zij maar lang genoeg volhielden. Dit heeft hij niet verteld aan de bewoners. De bezwaarcommissie, die bestond uit ambtenaren van een naburige gemeente, gedroeg zich tijdens de zitting erg vriendelijk en empathisch. Ik gaf de juridische argumenten tegen de beslissing en de commissieleden knikten instemmend. In het advies waren deze zelfs niet opgenomen. De rechter maakte korten metten met het gemeentelijk besluit en gaf aan hiervan niet gediend te zijn.

1.3 Bewust faciliteren door de overheid

Bij een andere gemeente was sprake van favoritisme tussen een huisjesmelker en een vergunningverlener. In de aanvraag voor splitsing in strijd met de regels van een pand stond zelfs gemeld dat er een voorkeur was voor de vergunningverlener. Deze besloot om, nadat de welstandscommissie een streep door de tekening had gezet, op de dag van de toekenning van de vergunning een nieuwe tekening in het dossier te schuiven. Zonder nader advies werd de vergunning verleend. Mijn klant, de buurman van het pand,  tekende bezwaar aan. In bracht in dat er volgens de eigen regels een Bibob-toets had moeten volgen. De bezwaarambtenaar verzekerde mij dat dit was gebeurd. Dat bleek niet waar; de ambtenaar moest later excuses maken bij de rechter hiervoor. De toets werd alsnog gedaan door een ‘quick scan’ van de jaarrekening en andere financiële documenten door een beginnend jurist. Het resultaat bestond uit een regel: ‘ziet er goed uit’. Toen ik tijdens de bezwaarzitting vroeg of deze jurist hiervoor wel de meest aangewezen deskundige was en of er niet ook advies bij het RIEC of de politie ingewonnen had moeten worden, reageerde de bezwaarambtenaar laaiend. Mijn klant besloot na een jaar gesteggel de zaak op te geven.

1.4 Handige handel in rechtvaardigheid

Deze ervaringen maken duidelijk dat het moeilijk is voor buitenstaanders om te beoordelen of functionarissen zoals voorzitters van bezwaarcommissies, wethouders of overheidsjuristen de wet, feiten en omstandigheden serieus nemen. Er kan soms sprake zijn van bewuste onrechtmatigheid door overheidsinstanties, hoewel dit niet altijd uit kwade wil hoeft te zijn. De – nog steeds niet opgeloste – toeslagenaffaire is een voorbeeld van immoreel gedrag door de overheid en haar juristen. Dit leidt tot een stroom academische publicaties, vele projecten en verandering in wetgeving, gebaseerd op een weinig correct gebruik van de theorie over responsief recht en psychologische procedurele rechtvaardigheid en informele geschillenbeslechting. Al eerder heb ik geschreven over de rechtsstaat en responsiviteit, waarbij ik de term responsivisme gebruikte om het doorslaan in maatwerkdenken ten koste van rechtsstatelijke waarden als onpartijdigheid en gelijkheid te beschrijven.

Lees meer over responsivisme

Klik

2. Vertrouwen en rechtvaardigheid

 2.1 Vertrouwen als sociaal bindmiddel

Vertrouwen wordt gezien als belangrijk voor het functioneren van de maatschappij. Luhmann beschrijf het als een mechanisme om sociale complexiteit te verminderen, wat essentieel is voor samenwerking, stabiliteit en het naleven van regels. Fukuyama benadrukt het belang van vertrouwen voor de legitimiteit van macht en daarmee van het goed functioneren van de democratie en economie. Vertrouwen ontstaat door positieve ervaringen, die tot een geloof in de competentie en goede wil van instituties leiden.

2.2 Waarom mensen de wet naleven

Psychologische procedurele rechtvaardigheid (psychological procedural justice, PPJ) is een psychologische theorie die uitgaat van de perceptie (beleving) van de eerlijkheid van een procedure. Dit leidt tot een betere aanvaarding van de uitkomst, zoals overheidsbeslissingen of vonnissen. Factoren die bijdragen aan PPJ zijn onder andere de mogelijkheid tot inspraak of invloed, neutraliteit, consistentie, informatieverstrekking, correctiemogelijkheden en representatie. De veronderstelling is dat als mensen deze mechanismen waarnemen, het vertrouwen in beslissende organisaties zoals de overheid toeneemt.

2.3 PPJ en juridische procedurele en inhoudelijke rechtvaardigheid

PPJ  is een psychologische theorie over perceptie, terwijl procedurele rechtvaardigheid (behoorlijk proces) een juridisch concept is met een lange traditie, die nauw verwant is aan de rechtsstaat. Beide concepten overlappen idealiter volledig, maar hebben verschillende oorsprong en doelen. Behoorlijk proces is gebaseerd op de gedachte dat als procedurele regels en principes worden gevolgd, dit leidt tot betere oordeelsvorming en dus tot rechtvaardige uitkomsten, zoals rechterlijke uitspraken of overheidsbeslissingen. Het doel is onpartijdigheid, zorgvuldigheid en waarheidsvinding te garanderen. PPJ gaat over de beleving van mensen en is gericht op het herwinnen van vertrouwen door deze beleving voorop te stellen. Inhoudelijke of materiele rechtvaardigheid gaat over de uitkomst van een besluitvormingsproces.

2.4 Van belevingsonderzoek naar perceptionisme

Lind & Tyler, de grondleggers van PPJ, waarschuwden al tegen het onverantwoordelijk gebruik van PPJ als dekmantel of rookgordijn voor het negeren van juridische beginselen en rechtvaardige uitkomsten. Perceptionisme is het oppervlakkige of onverantwoordelijk gebruik van PPJ, waarbij het middel tot doel wordt verheven. Dit kan leiden tot doelverschuiving en zelfs tot ontsporing van organisaties, met slachtoffers tot gevolg.

3. Integriteit en rechtvaardigheid

 3.1 Van cosmetische naar intrinsieke rechtvaardigheid

Het fundamentele verschil tussen PPJ en procedurele (formele) en inhoudelijke (materiële) rechtvaardigheid ligt in de subjectieve aard van het eerste tegenover de objectieve aard van het laatste. Diverse auteurs waarschuwden al vroeg dat een te sterke nadruk op procedurele rechtvaardigheid kan leiden tot verwaarlozing van inhoudelijke rationaliteit, wat zij 'cosmetische rechtvaardigheid' noemen.

Integriteit in het recht betekent dat beslissingen worden genomen op basis van de consistente en verantwoorde toepassing van beginselen. Daarmee sluiten die beslissingen aan bij maatschappelijke waarden en normen, die gericht zijn op rechtvaardigheid en het algemeen belang. Deze gedachte vinden we terug bij Dworkin. Een integer rechtssysteem respecteert en beschermt de juridische en morele rechten van mensen. Organisaties kunnen volgens Selznick ook een dergelijk inner commitment aan rechtvaardigheid ontwikkelen. Pas dan zijn zij betrouwbare en verdienen zij gezag.

Deci & Ryan onderzochten wat mensen drijft. Gedrag wordt beïnvloed door intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie gaat over het gedrag omwille van de inherente waarden, plezier of interesse. Dit wordt gekenmerkt door autonomie, competentie en verbondenheid en dat leidt tot een diepere betrokkenheid. Als het gaat om rechtvaardigheid en integriteit, correspondeert het met hogere stadia van morele ontwikkeling. Extrinsieke motivatie gaat over het vertonen van gedrag met als drijfveer beloning, druk, zoals sociale goedkeuring of het vermijden van negatieve gevolgen. Dit correspondeert vaak met lagere stadia van morele ontwikkeling.

Ook in overheidsorganisatie komen volgens de literatuur extrinsieke motieven veel voor. Persoonlijke belangen, politieke invloed, status, loopbaan en organisatorische macht motiveren ambtenaren, maar intrinsieke factoren zoals het verlangen om het algemeen belang te dienen kunnen ook een rol spelen.

3.2 Integriteit, altruïsme en oprechtheid

Kwak en Venema definiëren integriteit als het tegenovergestelde van hypocrisie. In die zin is het begrip nauw verwant aan de persoonlijkheidsdimensie 'eerlijkheid en bescheidenheid' (HH, ook wel psychologische integriteit genoemd) in het HEXACO-model, dat een goede statistische voorspeller is van (on)eerlijk, (on)rechtvaardig en zelfgericht gedrag.

Het uitgangspunt is dat HH normaal verdeeld is onder mensen: evenveel mensen scoren boven als onder het gemiddelde; zij gedragen zich dus soms wel, soms niet integer, of staan hier onverschillig tegenover. Daarom is het voor de publieke sector goed verdedigbaar dat moet worden gestreefd naar het aannemen van mensen die ‘meer dan gemiddeld’ scoren op de HH-dimensie.

4.2 Machs in overheid en recht

Machiavellisme is een psychologisch construct dat gaat over manipulatief gedrag en cynische minachting voor moraliteit. Het komt bovenmatig voor in juridische overheidsfuncties. Machiavellisten (mensen die hoog scoren op deze kenmerken, ook wel Machs genoemd) streven hun eigenbelang na en zijn goed in het manipuleren van sociale situaties. Ze tonen een gebrek aan empathie en zijn bereid anderen te gebruiken. Machs zijn ambitieus en streven naar macht en status. Ze zijn vaak welsprekend, aantrekkelijk en charismatisch. Machiavellisme wordt vaak waargenomen in leiderschapsposities en er is een positieve correlatie met beroepskeuzes in politiek en de juridische sector.

In de publieke sector vertonen Machs 'zelfzuchtig prosociaal gedrag' dat hun organisaties op korte termijn ten goede kan komen, maar met oneigenlijke motieven. Een hieraan verwant concept is communaal narcisme. Mensen die hiervan trekken vertonen, beschouwen zichzelf als uitzonderlijk altruïstisch en gemeenschapsgericht. Zij willen erkenning voor hun vermeende goedheid en plaatsen zichzelf graag in leiderschapsrollen, sprekers of als publieke voorvechters van ethiek en algemeen belang. Zij komen veel voor bij de overheid, maar ook bij goede doelen en in religieuze kringen.

Onderzoek toont aan dat Mach-leiders charismatische kwaliteiten hebben. Zij worden vaak gezien als effectief en transformationeel, ondanks mogelijk onderliggende manipulatieve tactieken. Machiavelliansme is sterk gerelateerd aan impression management en perceptie. Het gaat niet om wat er echt gebeurt, maar om wat mensen denken.

4.2 Machiavellisme en degelijk juridisch werk

Machs zijn van nature ongeschikt voor gedetailleerd en precies werk, zoals het bestuderen en behandelen van juridische dossiers. Zij hebben namelijk geen echte interesse om zich in de inhoud van een zaak te verdiepen, zoals een streven naar rechtvaardigheid of het helpen van mensen. Zij streven naar maximaal resultaat tegen een minimale inspanning. Daarom missen zij de intrinsieke motivatie voor werk dat niet direct hun eigen belangen dient, zeker niet als dat ook vervelende, saaie of vermoeiende aspecten heeft. In plaats daarvan geven zij de voorkeur aan werk dat meer zichtbaarheid, beloning en erkenning biedt, en laten het loopwerk aan anderen over.

5. PPJ in Nederland: perceptie belangrijker dan echte rechtvaardigheid?

5.1 Oppervlakkig en slecht onderzocht

Er zijn verschillende Machiavellistische risico’s verbonden met "Prettig Contact met de Overheid" (PCMO), informele aanpak, Burgergerichte Overheid en de de verankering hiervan in wetgeving. PCMO (ook wel 'Passend Contact' en 'Responsieve  Overheid') richt zich op het verbeteren van het vertrouwen tussen overheid en burgers, met gebruikmaking van empathie en maatwerk. Het project is ook gebaseerd op ideeen over mediation en alternatieve geschillenbeslechting. De resultaten van PCMO zijn erg onduidelijk, ondanks de populariteit ervan bij academici en in overheidskringen.Hoewel de Nederlandse cultuur lijkt te worden gekenmerkt door informaliteit bestaat wel binnen overheidskringen en de cirkels daaromheen (zoals de advies- en onderzoeksbranche) degelijk een ondoorzichtige hiërarchie en een gesloten netwerkcultuur. PCMO wordt ook toegepast door rechtbanken in de ‘Nieuwe Zaaksbehandeling. Belangrijk daarbij is dat het doel om burgers meer gelijke kansen in bewijsvoering te bieden, niet is behaald.

PCMO en vergelijkbare programma's leggen de nadruk op luisteren naar burgers, het creëren van een beeld van een neutrale en onpartijdige aanpak en het respectvol en waardig behandelen van burgers en het snel oplossen van zaken. Ondanks de mogelijk hogere burgertevredenheid, kan het streven naar perceptie van rechtvaardigheid ten koste gaan van daadwerkelijke eerlijke procedures en uitkomsten. Zo zijn trainingsprogramma's voor ambtenaren gericht op informele oplossingen die burgers tevreden stellen, net als doel het aantal juridische zaken te verminderen en het vertrouwen te herwinnen. Dat is prima in die gevallen waar duidelijk is dat een fout snel kan worden hersteld zonder formele procedures, of dat burgers geen bezwaar willen maken, maar eigenlijk alleen extra informatie wensen of hun ontevredenheid willen uiten over hoe ze zijn behandeld.

PCMO legt echter een onevenredige nadruk op de oppervlakkige aspecten van PPJ, zoals communicatie, snelle oplossingen en efficiëntie. Dat lijkt prettig voor iedereen, maar er wordt geen aandacht besteed aan de inhoudelijke kwaliteit en rechtvaardigheid van de oplossingen. PCMO houdt onvoldoende rekening met machtsongelijkheid tussen overheid en burgers, vooral wat betreft kennis en informatie.

De bevorderaars van PCMO en de informele aanpak, zoals Marseille, Wever en Koetsenruijter, baseren zich steeds op een oppervlakkig survey-onderzoek door Van der Velden c.s. uit 2009-2010. Op basis daarvan beweren zij dat in 30% van de gevallen burgers tevreden zijn na uitleg over de juistheid van een beslissing en daarom hun bezwaar intrekken. Echter, deze juridische correctheid is nooit onafhankelijk onderzoek. De auteurs hebben namelijk nagelaten om de onderliggende zaaksdossiers daadwerkelijk grondig te bestuderen. Zij hebben volstaan met de surveys en interviews met de ambtenaren.

Om deze reden zijn er belangrijke vragen over de motieven en gevolgen van PCMO voor rechtvaardigheid op de lange termijn.  Het intrekken van bezwaar als doel van het project heeft grote gevolgen voor burgers. Ook kan het leiden tot het gedogen of bevorderen van illegale situaties, omdat er geen onafhankelijke juridische controle op plaatsvindt. Dat risico is vooral groot in toxische organisaties of bij overheidsfunctionarissen met externe motivatieven (de Mach). Verder is er een nogal naïef geloof dat een rechtsstatelijke organisatiecultuur en professionele integriteit snel en gemakkelijke gecreëerd kunnen worden, ondanks dat 80% van alle veranderingsprojecten mislukt.

De projectleider van PCMO heeft, zo blijkt uit interne stukken,  een voorstel gedaan voor een wetsartikel dat alle bestuursorganen (overheidsinstanties) verplicht om de informele aanpak tijdens bezwaarprocedures te gebruiken. Dit voorgestelde Artikel 7b van de Awb is slecht geformuleerd. Bovendien gaat het eraan voorbij dat zo’n aanpak alleen werkt in een morele institutionele setting, zoals Selznick beschrijft. En die is niet vanzelfsprekend.

In het Verenigd Koninkrijk is al eerder geconstateerd dat dergelijke projecten niet werken. De "Customer Service Excellence" (CSE) norm, gericht op verbetering van publieke dienstverlening, was het buitenlandse voorbeeld voor PCMO. Hierop is forse kritiek omdat het zich richt op de perceptie van kwaliteit van dienstverlening (klanttevredenheid), wat ten koste kan gaan van de intrinsieke kwaliteit van beslissingen en van het openbaar belang. Het 'Handvest Overheid-Burger' van de VAR lijkt op een slap aftreksel van de CSE-norm en het stelt extreem lage eisen aan de overheid.

5.2 PCMO en Machs: hoe empathie, onpartijdigheid en expertise gemakkelijk gefaket kunnen worden

Machs kunnen een toxische organisaties creëren, slechte kwaliteit leveren en toch populair blijven. Juist PCMO is hiervoor geschikt, omdat het gaat over beleving, zonder eisen te stellen aan de inhoudelijke kwaliteit en rechtvaardigheid en zonder dat hierop controle wordt uitgeoefend. Het geeft hen de kans om burgers te misleiden, wat uiteindelijk kan leiden tot een permanent verlies van vertrouwen.

Empathisch luisteren, ook bekend als actief of reflectief luisteren, is een communicatietechniek om anderen op een doordachte en empathische manier te begrijpen en te reageren. Het omvat het begrijpen van het perspectief en de emoties van de spreker. Belangrijke onderdelen zijn verbale en non-verbale erkenning, het spiegelen van emoties, bevestigen van wat er is gezegd en gepast reageren. Dit kan worden nagebootst door alleen de uiterlijke 'trucjes' toe te passen zonder echte emotionele betrokkenheid. Voorbeelden zijn het nabootsen van gezichtsuitdrukkingen of het gebruik van verbale bevestigingen zoals ‘ik begrijp het’.

Onpartijdigheid en onafhankelijkheid gaan over de afwezigheid van externe controle of invloed en een onbevooroordeelde houding die niet wordt beïnvloed door persoonlijk belang of voorkeur. Dit is  essentieel voor de overheid, vooral in juridische taken. Onecht onpartijdigheid kenmerkt zich door het (overdreven) toepassen van PPJ of formele procedures zonder de intentie om wat burgers zeggen of schrijven of waar zij volgens de regels recht op hebben echt serieus te nemen. Zo kunnen standaarddocumenten gebruikt waarin uitgebreid de procedure wordt belicht, beide kanten van een zaak worden beschreven, terwijl er uiteindelijk geen echte belangenafweging of zorgvuldige besluitvorming plaatsvindt.

Expertise is een groot risico in de buurt van Machs. Nep-expertise of charlatanerie kan leiden tot het Dunning-Kruger-effect, waarbij mensen met beperkte vaardigheden hun capaciteiten overschatten. Belangrijker is dat burgers hierdoor worden misleid in hun beeld van een grondige behandeling van hun aanvraag of bezwaarschrift, of in overtuigingstechnieken om hun bezwaarschrift in te trekken ‘omdat er niets aan te doen is’. Veelgebruikte trucs zijn het overmatig gebruik van jargon, maar ook het vervalsen of overdrijven van ervaring en opleiding. Nepexperts vermijden directe antwoorden, en leiden discussies handig af en pronken met relaties, diploma’s die niets voorstellen en andere uiterlijkheden.

6. Quality of Government

6.1 Juridische kwaliteit en rechtvaardigheid als motivator

Bo Rothstein heeft jarenlang internationaal onderzoek gedaan naar kwaliteit van de overheid (Quality of Government, QoG). Zijn theorie omvat verschillende aspecten die bijdragen aan vertrouwen in de overheid en maatschappelijke samenhang. Belangrijke componenten zijn onpartijdigheid, corruptiebestrijding, rechtsstaat, deskundigheid, transparantie en verantwoording. QoG gaat over een objectief eerlijk, efficiënt en rechtvaardig bestuursstelsel, niet over subjectieve beleving en beeldvorming, hoewel beide uiteraard kunnen samenhangen.

Door zich op inhoudelijke kwaliteit te richten, is duurzaam vertrouwen een mooie bijkomstigheid, maar niet de voornaamste motivator. Overheden en opleidingsinstellingen voor (toekomstige) ambtenaren en leiders, moeten daarom oprecht streven naar kwaliteit en niet naar vertrouwen en perceptie.

6.2 Juridische beroepseer voorop

In plaats van te focussen op PPJ, PCMO en maatwerk zou de Nederlandse overheid  gemotiveerd moeten zijn door daadwerkelijk kwalitatieve besluitvorming die burgers ten goede komt. Dit betekent dat ambtenaren en bestuurders, vooral als zij beslissingen nemen, goed en permanent opgeleid moeten worden in het recht en zich moeten richten op juridische correctheid, rechtsbeginselen en publieke waarden. Ambtenaren moeten permanent worden bijgeschoold in recht, inclusief de rechtsstaat, mensenrechten, juridische waarden en professionele standaarden, zoals de ambtseed. Uiteraard is het uitleggen van procedures en het prettig behandelen van burgers in hoorzittingen is ook belangrijk, maar ondergeschikt aan het resultaat: rechtvaardige beslissingen. Maatwerk kan vrijwel altijd worden geleverd binnen de juridische grenzen, zo lang de professionals maar voldoende deskundig daarvoor zijn. Zorgvuldige vergaring van feiten en omstandigheden en weging van belangen en beginselen hoort dat vanzelf bij. Als regels echt te rigide zijn en geen mogelijkheid tot rechtvaardigheid bieden, dan moet de eerste impuls zijn om de regels te veranderen in plaats van ingewikkelde, juridisch kreupele noodoplossingen tot hoofddoel te verheffen.

Het is belangrijk dat juridische professionals doen waar ze zich het meest in thuisvoelen. Sommige zullen zich graag met het klassieke gedetailleerde handwerk bezighouden, andere zijn meer gericht op burgercontact. Maar altijd is voldoende juridische expertise vereist. Juridische kwaliteitzorg houdt in het serieus nemen van theorieën over zorgvuldig oordelen en beslissen.

6.3 Gestructureerd beslissen: ideaal voor juristen

De meest veelbelovende methode is 'Gestructureerd Beslissen', ontwikkeld door Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Hij bevestig bovendien dat de beste besluitvormers bescheiden zijn in wat zij wel of niet weten, en openstaan voor inzichten van anderen. Dat komt overeen met  bescheidenheid in de HH-dimensie van het HEXACO-model. Onpartijdigheid en het gebruik van rationele methode zijn belangrijk voor juridische kwaliteit. Dit past bij eerlijkheid in de HH-dimensie.

Gestructureerde Besluitvorming is een optimale methode voor zowel een eerlijk proces en rechtvaardige uitkomsten. Het moet niet alleen worden toepast als - zoals sommige overheidsprogramma's promoten - de professional zich moreel ongemakkelijk voelt ('buikpijn') - bijvoorbeeld omdat hij zich kan inleven in de situatie van een bepaalde burger. Het moet altijd gebeuren, dag na dag – ook, of vooral als de burger een onbeschofte dronkaard is. Kahneman et al. hebben ons immers geleerd dat empathie en andere vooroordelen ons gemakkelijk kunnen misleiden. Onopvallend, intrinsiek gemotiveerd werk volgens goede methoden is de beste manier om rechtvaardigheid en integriteit te bereiken.

Gestructureerde besluitvorming is een methode die tot doel heeft vooroordelen en fouten die inherent zijn aan menselijk oordeel tegen te gaan. Het vermindert de invloed van cognitieve vooroordelen, zoals overmoed, het anker-effect en bevestigingsbias, die vaak leiden tot gebrekkige oordelen. Het kan vele vormen aannemen: in moreel beraad, maar ook door slimme geautomatiseerde systemen die geen gestandaardiseerde antwoorden of tekstblokken geven, maar die de juiste vragen stellen. Een belangrijk en onderbelicht aspect in juridisch werk is om niet alleen alleen verificatie, maar ook falsificatie en andere wetenschappelijke methoden serieus te nemen.

Gebruikte literatuur

Ackroyd, S., & Thompson, P. (1999). Organizational Misbehaviour. Sage Publications.

Adams, J. S. (1965). Inequity in Social Exchange.

Anderson, C., Brion, S., Moore, D. A., & Kennedy, J. A. (2012). A status-enhancement account of overconfidence. Journal of Personality and Social Psychology.

Babcock, P., & Hare, R. D. (2006). Snakes in Suits: When Psychopaths Go to Work. Harper/Collins.

Bandura, A. (1977). Social Learning Theory. Englewood Cliffs, NJ: Prentice Hall.

Bandura, A. (1986). Social Foundations of Thought and Action: A Social Cognitive Theory.

Bandura, A. (1999). Mechanisms of Moral Disengagement.

Bandura, A. (2002). Selective Moral Disengagement in the Exercise of Moral Agency. Journal of Moral Education, 31(2), 101-119.

Batson, C. D., et al. (1999). Moral Hypocrisy: Appearing Moral to Oneself Without Being So.

Beetham, D. (1991). The Legitimation of Power.

Bennett, W. L., & Iyengar, S. Research on media framing effects and its impact on public trust.

Bies, R. J. (2001). Are Procedural Justice and Distributive Justice Mutually Exclusive?.

Black, G. (1972). Model of Political Ambition.

Bok, S. (1978). Lying: Moral Choice in Public and Private Life. Pantheon Books.

Bovens, M. (2007). Analysing and Assessing Accountability.

Bovens, M., & Zouridis, S. (2002). From Street-Level to System-Level Bureaucracies: How Information and Communication Technology is Transforming Administrative Discretion and Constitutional Control. Public Administration Review.

Braithwaite, V., & Levi, M. (1998). Trust and Governance.

Brass, D. J., Butterfield, K. D., & Skaggs, B. C. (1998). Relationships and Unethical Behavior: A Social Network Perspective.

Brown, M. E., & Treviño, L. K. (2006). Ethical Leadership: A Review and Future Directions.

Burke, K. (1969). A Rhetoric of Motives. University of California Press.

Castille, C. M., Buckner, J. E., & Thoroughgood, C. N. (2018). Prosocial citizens without a moral compass? Examining the relationship between Machiavellianism and unethical pro-organizational behavior. Journal of Business Ethics, 149, 919-930.

Christie, R., & Geis, F. L. (1970). Studies in Machiavellianism. New York: Academic Press.

Cialdini, R. B. (1984). Influence: The Psychology of Persuasion.

Cialdini, R. B. (2001). Influence: Science and Practice. Allyn & Bacon.

Cialdini, R. B. (2006). Influence: The Psychology of Persuasion. Harper Business.

Coble Vinzant, J., & Crothers, L. (1998). Street-Level Leadership: Discreton and Legitimacy in Front-Line Public Service. Georgetown University Press.

Conger, J. A., & Kanungo, R. N. (1987). Toward a behavioral theory of charismatic leadership in organizational settings. Academy of Management Review.

Cotterrell, R. (2006). The New Regulatory State and Relational Law.

Crawford, C. B. (2009). The ethical implications of using influence tactics in the workplace. Journal of Business Ethics.

Dahl, R. J. (2004). Democratic Challenges, Democratic Choices.

Decety, J., & Jackson, P. L. (2004). The functional architecture of human empathy. Behavioral and Cognitive Neuroscience Reviews.

De Vries, R. E., et al. (2008). The HEXACO Personality Inventory-Revised: A Measure of the Six Major Dimensions of Personality.

Deutsch, M. (1975). Equity, Equality, and Need: What Determines Which Value Will Be Used as the Basis of Distributive Justice?

Doornbos, N. (2019). Naar een meer responsief bestuursrecht? Verder bouwen aan het huis van de rechtsstaat. In: T. Barkhuysen e.a., 25 jaar Awb. In eenheid en verscheidenheid, Wolters Kluwer, Deventer, pp. 567-578.

Dworkin, R. (1977). Taking Rights Seriously.

Dworkin, R. (1986). Law's Empire. Harvard University Press.

ECI (2021) Global Business Ethics Survey Report. https://www.ethics.org/just-released-2021-global-business-ethics-survey-report/

ECI (2023) https://www.ethics.org/gbes-2023/

Edelman, M. (1964). The Symbolic Uses of Politics. University of Illinois Press.

Effelsberg, D., Solga, M., & Gurt, J. (2014). Transformational leadership and follower’s unethical behavior for the benefit of the company: A two-study investigation. Journal of Business Ethics, 120, 81-93.

Erdyneeva, K. G., Levdanskaya, Y. Y., & Popova, N. N. (2022). The Value System Of Students Future Psychologists: Training Nationally Oriented Elite. In N. G. Bogachenko (Ed.), AmurCon 2021: International Scientific Conference, vol 126. European Proceedings of Social and Behavioural Sciences (pp. 261-272). European Publisher.

Erkens, F.J. & Raat, C. (2022), De deskundige in het bestuursrecht, PB 2022 5/6, nr. 74.

Fennimore, et al. (2016). Public entrepreneurship and sub-clinical psychopaths: a conceptual frame and implications. International Journal of Public Sector Management, Vol. 29, Issue 6, pp. 612-634.

Fischer, R. (2017). The Big Five Personality Traits and Human Values. In: Personality, Values, Culture: An Evolutionary Approach. Culture and Psychology. Cambridge University Press, pp. 25-46.

Fukuyama, F. (1995). Trust: The Social Virtues and The Creation of Prosperity.

Gebauer, J. E., et al. (2012). The Two Faces of Narcissism.

Gino, et al. (2008). No harm, no foul: The outcome bias in ethical judgments. Harvard Business School.

Goffman, E. (1959). The Presentation of Self in Everyday Life. Anchor Books.

Greenberg, J. (1995). Organizational Justice and Human Resource Management.

Greenberg, J., & Baron, R. A. (2003). Behavior in Organizations.

Grimmelikhuijsen, S., et al. (2020). Linking Transparency to Trust in Government and Voice.

Groothuis, M.M. & J.S. Svensson (2000), ´Expert system support and juridical quality´, in: J. Breuker, R. Leeens & R. Winkels (eds.), Legal Knowledge and Information Systems. Jurix 2000: The Thirteenth Annual Conference. Amsterdam, pp. 1-10.

Grunig, J. E., & Hunt, T. (1984). Managing Public Relations.

Habermas, J. (1984). The Theory of Communicative Action.

Hansen, L., & Baker, D. L. (2017). “Corporate Psychopaths” in Public Agencies?. Journal of Public Management & Social Policy, pp. 21-41.

Heffron, F. (1989). Organization Theory & Public Organizations: The Political Connection. Prentice Hall.

Helmke, G., & Levitsky, S. (2007). Informal Institutions and Comparative Politics.

Hertogh, M. H. M., Raat, C., & Witteveen, W. J. (1998). Tussen rechtmatigheid en doelmatigheid. Proeve van een idealenperspectief. In: Van der Burg & Brom (red.) Over idealen, Het belang van idealen in recht, moraal en politiek, Tjeenk Willink, Deventer, pp. 103 129.

Hetherington, M. J. Studies on trust in government, such as "Why Trust Matters: Declining Political Trust and the Demise of American Liberalism."

Hirschman, A. O. (1970). Exit, Voice, and Loyalty.

Holanda Coelho, de G. L., Hanel, P. H. P., Monteiro, R. P., Vilar, R., & Gouveia, V. V. (2021). The Dark Side of Human Values: How Values are Related to Bright and Dark Personality Traits. The Spanish Journal of Psychology, 24, e11.

Hood, C., & Dixon, R. (2016). A Government that Worked Better and Cost Less? Evaluating Three Decades of Reform and Change in UK Central Government. Oxford University Press.

Hood, C., & Heald, D. (2006). Transparency: The Key to Better Governance?

Hood, C., James, O., Peters, B. G., & Scott, C. (2004). Controlling Modern Government: Variety, Commonality, and Change.

Hough, M., Jackson, J., Bradford, B. (2013). Procedural Justice, Trust, and Institutional Legitimacy.

Hulst, L., Marseille, B., & Steenhagen, N. (2022). Hoe kan het burgerperspectief bij de overheid vaste voet aan de grond krijgen? Nederlands Juristenblad NJB, 2022(39), 3210-3218.

Ickes, W. (1993). Empathic accuracy. Journal of Personality.

Johnason, et al. (2012). The Dark Triad at work: How toxic employees get their way. Personality and Individual Differences 52, pp. 449-453.

Jones, D. N., & Paulhus, D. L. (2010). Differentiating the dark triad within the interpersonal circumplex. In Horowitz, Leonard M.; Strack, Stephen N. (eds.). Handbook of interpersonal theory and research. New York City: Guilford Press. pp. 249-67. ISBN 978-0-470-88107-1.

Jones, D. N., & Paulhus, D. L. (2011). The Role of Impulsivity in the Dark Triad of Personality. Personality and Individual Differences, 51(5), 679-682.

Kahneman, D. (2011). Thinking Fast and Slow. New York: FSG.

Kahneman, D., Slovic, P., & Tversky, A. (1982). Judgment under Uncertainty: Heuristics and Biases. Cambridge University Press.

Kahneman, D., et al. (2021). Ruis: Waarom we zo vaak verkeerde beslissingen nemen, en hoe we dat kunnen voorkomen. Nieuw Amsterdam, Amsterdam.

Kets de Vries, M. R., & Miller, D. (1985). Narcissism and leadership: An object relations perspective. Human Relations, 38, pp. 583-601.

Kruger, J., & Dunning, D. (1999). Unskilled and unaware of it: How difficulties in recognizing one's own incompetence lead to inflated self-assessments. Journal of Personality and Social Psychology.

Lanckaert, E. (2020). Juridische beroepsethiek 2.0, Professionaliteit door menselijkheid. Gompel&Svacina.

Lee, K., & Ashton, M. C. (2004). The HEXACO Personality Inventory: A New Measure of the Major Dimensions of Personality.

Lee, K., & Ashton, M. C. (2014). The Dark Triad, the Big Five, and the HEXACO model. Personality and Individual Differences, 67, 2–5. https://doi.org/10.1016/j.paid.2014.01.048

Levi, M., & Stoker, L. (2000). Political Trust and Trustworthiness.

Lind, E. A., & Tyler, T. R. (1988). The Social Psychology of Procedural Justice.

Linthorst, E & Oldenhof, L (2020), Maatwerk aan de keukentafel: van ‘hoera’ begrip tot betwiste norm, NTB 2020/209.

Lipsky, M. (1980). Street level bureaucracy: Dilemmas of the Individual in Public Services. Russell Sage.

Marx, S. et al (2022), Burgergericht werken bij bezwaren of klachten, gewoon doen! Tijdschrift voor Klachtrecht 2022/4, p. 14-16.

Mazar, N., Amir, O., & Ariely, D. (2008). The Dishonesty of Honest People: A Theory of Self-Concept Maintenance.

McClelland, D. C. (1975). Power: The Inner Experience.

McCroskey, J. C. (1997). What is communication? In J. C. McCroskey, J. A. Daly, M. M. Martin, & M. J. Beatty (Eds.), Communication and personality: Trait perspectives (pp. 1–16). Cresskill, NJ: Hampton Press.

McHoskey, J. W. (1995). Machiavellianism, intrinsic versus extrinsic goals, and social interest: A self-determination theory analysis. Journal of Research in Personality, 29(3), 309-323.

Mein, A., & Marseille, B. (2020). Onderzoek ‘informele aanpak’ bij bezwaar: Werkpakket 5: Afsluitende rapportage. (HvA Open). Hogeschool van Amsterdam.

Menkel-Meadow, C. (2016). Mediation and Its Applications for Good Decision Making and Dispute Resolution.

Moore, C. W. (2014). The Mediation Process: Practical Strategies for Resolving Conflict.

Neustadt, R. E. (1960). Presidential Power.

OECD (2021) OECD Framework and Good Practice Principles for People-Centred Justice, OECD Publishing, Paris.

O'Neill, O. (2002). A Question of Trust.

Palmen, et al. (2020). High self-control may support ‘success’ in psychopathic leadership: Selfcontrol versus impulsivity in psychopathic leadership. Aggression and Violent Behavior 50, pp. 1-17.

Paulhus, D. L., & Williams, K. M. (2002). The Dark Triad of Personality: Narcissism, Machiavellianism, and Psychopathy. Journal of Research in Personality, 36(6), 556-563.

Paulhus, D. L., et al. (2021). Screening for Dark Personalities: The Short Dark Tetrad (SD4). European Journal of Psychological Assessment, 37(3), 208–222.

Peters, B. G. (2019). The Politics of Bureaucracy.

Putnam, R. D. (2000). Bowling Alone: The Collapse and Revival of American Community.

Raaphorst, N & Loyens, K (2020), From poker games to kitchen tables: How social dynamics affect frontline decision making. Administration & Society, 52 (1).

Raat, C. (2017). Mid-term report Netherlands 2016-2018. Open Government Partnership, Washington.

Raat, C.  & Remmé, J (2021), Integrity in Toxic Public Organizations Solving Wicked Problems for Street Level Workers in Distress, EGPA Conference paper.

Raat, C. (2022-1), Ethiek en integriteitszorg, handboek voor de overheidsjurist, Berghauser Pont Publishers.

Raat, C. (2022-2), Grondslagen van het recht op ambtelijk vakmanschap, In: Jansen et al (red.) Het recht op ambtelijk vakmanschap, Stichting Beroepseer, p. 27-34.

Raat, C. (2021) Gij zult maatwerk leveren, maar hoe dan? PB 2021/8 nr. 226.

Raat, C (2023-1) Werving en selectie op publieke moraal.

Raat, C (2023-2) Instrument voor hulp aan organisaties om mensen met hoge ethische normen aan te trekken en te behouden. Beroepseer 16 november 2023.

Rawls, J. (1971). A Theory of Justice.

Raz, J. (1979). The Authority of Law.

Rob. (2014). Raad voor het openbaar bestuur. Hoe hoort het eigenlijk, Passend contact tussen overheid en burger. Den Haag.

Rothstein, B. (2000). Trust, Social Dilemmas, and Collective Memories.

Rothstein, B. (2005). Social Traps and the Problem of Trust.

Rothstein, B. (2011). The Quality of Government: Corruption, Social Trust, and Inequality in International Perspective.

Ryan, R. M., & Deci, E. L. (2000). Intrinsic and Extrinsic Motivations: Classic Definitions and New Directions.

Scheltema, M. (2015). Bureaucratische rechtsstaat of responsieve rechtsstaat. NTB, 2015/37, pp. 287-289.

Schlesinger, J. A. (1966). Ambition and Politics.

Schulmer, F.M.E. et al (2019), De omgekeerde toets getoetst, Gst. 2019/154.

Schuurmans, Y. E., Leijten, A. E. M., & Esser, J. E. (2020). Bestuursrecht op Maat, tussenrapport en eindrapport. Universiteit Leiden.

Selznick, P. (1969). Law, Society and Industrial Justice.

Selznick, P. (1978). Responsive Law.

Selznick, P. (1992). The Moral Commonwealth: Social Theory and the Promise of Community.

Sen, A. (2009). The Idea of Justice.

Shapiro, D. L. (1997). Trends in Alternative Dispute Resolution: An Overview.

Simmons, A. (2001). The Story Factor. Perseus Publishing.

Simons, T. (2002). Behavioral Integrity: The Perceived Alignment Between Managers’ Words and Deeds as a Research Focus.

Sossin, L. (2005). Speaking Truth to Power? The Search for Bureaucratic Justice.

Snaphaan, T. et. al 2023. Ruimte voor tegenspraak. Hoe meer ruimte te creëren voor het tegengeluid van rijksambtenaren. Avans Hogeschool.

Sunstein, C. R. (2005). Laws of Fear: Beyond the Precautionary Principle.

Sutton, R. I. (2007). The No Asshole Rule: Building a Civilized Workplace and Surviving One That Isn’t. Business Plus.

Thibaut, J., & Walker, L. (1975). Procedural Justice: A Psychological Analysis.

Trevino, L. K., Hartman, L. P., & Brown, M. (2000). Moral Person and Moral Manager: How Executives Develop a Reputation for Ethical Leadership.

Tversky, A., & Kahneman, D. (1981). The Framing of decisions and the psychology of choice. Science.

Tyler, T. R. (1989). The Psychology of Procedural Justice: A Test of the Group-Value Model. Journal of Personality and Social Psychology.

Tyler, T. R. (1990). Why People Obey the Law. Yale University Press.

Tyler, T. R., & Huo, Y. J. (2002). Trust in the Law: Encouraging Public Cooperation with the Police and Courts. New York: Russell Sage Foundation.

Van de Walle, S., & Six, F. (2014). Trust and Distrust as Distinct Concepts: Why Studying Distrust in Institutions is Important. Journal of Comparative Policy Analysis.

Van de Walle, S., Six, F. E., & Hammerschmid, G. (2016). Trust and Distrust as Distinct Concepts: Why Studying Distrust in Institutions is Important.

Van Heukelom, S., & Van Tienen, F. (2019). Advies over het gebruikmaken van de juridische ruimte van de Algemene wet bestuursrecht voor het bieden van maatwerk. Den Haag.

Van Kleef, G. A., Oveis, C., Van der Löwe, I., LuoKogan, A., Goetz, J., & Keltner, D. (2009). Power, distress, and compassion: Turning a blind eye to the suffering of others. Psychological Science.

VAR 2023, Handvest Overheid-Burger, https://verenigingbestuursrecht.nl/wp-content/uploads/2023/06/Handvest-overheid-burger.pdf.

De Vries, R. E., Barends, A. J., & Koch, B. P. N. (2023). Handleiding Nederlandstalige HEXACO-PI-R. Vrije Universiteit Amsterdam.

Van Vught, & Wildschut. (2012). Gezag, de wetenschap van macht, gezag en leiderschap. Bruna, Amsterdam.

Warren, M. E. (2004). Democracy and Deceit: Regulating Appearances of Corruption.

Wetsvoorstel Awb, memorie van toelichting voor de preconsultatie van het wetsvoorstel versterking waarborgfunctie Awb, verkregen van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/besluiten/2023/01/20/bijlage-2-memorie-van-toelichting-wetsvoorstel-wet-versterking-waarborgfunctie-awb. En interne notities, verkregen van het ministerie.

WRR (2017). Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Weten is nog geen doen. Den Haag.

Deel deze pagina